Mechelen, Bovenste Molen

(watermolen 49 op de Molenkaart Limburg)

Vanaf de 13de tot en met de eind 18de eeuw (Franse tijd) behoorde de banmolen op deze plek aan de Geul toe aan de Heren van Wittem. In de Franse tijd werd de molen, zoals met veel andere molens gebeurde, als domeingoed openbaar verkocht. Het complex bestond uit de molen op de linkeroever en een papiermolen op de rechteroever. De gebroeders Hollmann vestigden zich omstreeks 1828 in de papiermolen. Omdat zij ook eigenaar van de Onderste Molen (Commandeursmolen) waren kan gesteld worden dat zij de grondleggers zijn van de latere papierindustrie in Mechelen. Lang hebben zij er niet van genoten, niet veel later ging de papiermolen in eigendom over naar een familie die al eigenaar van de graanmolen op de andere oever van de Geul was. Sindsdien wisselde de molen regelmatig van eigenaa, soms van een van de molens, maar ook van beide molens. In 1979 ging de molen over naar de huidige eigenaar, de vereniging Natuurmonumenten.

Eind 19de eeuw hadden de graanmolen en papiermolen elk een eigen middenslagrad. Het rad van de papiermolen werd in 1898 gesloopt, de graanmolen kreeg toen een groter (krop)rad. In 1914 verhuisde de graanmolen naar de andere beekoever en het middenslagrad werd vervangen door een Francis turbine. De maalinrichting bestond uit twee koppels 17-der stenen, de steenspillen werden aangedreven door middel van riemschijven op de verlengde verticale turbine-as.
In 1949 kregen de maalkoppels concurrentie van een kleine hamermolen, aangedreven door een dieselmotor, voor het malen van mengvoeders. Sterker nog, de maalkoppels werden vrijwel niet meer gebruikt. Toen later het zelf-gefabriceerde veevoer verdrongen werd door fabrieksmeel betekende dat het einde van het maalbedrijf.

De huidige molen is een karakteristiek fabrieksgebouw uit de vorige eeuw. Een fraai molencomplex met grote landschappelijke betekenis. Reden voor initiatief van de molenaar en de Molenstichting Limburg om de molen te restaureren en weer een maalfunctie te geven. In 1975 was het zover en kon de restauratie beginnen. De turbine werd vervangen door een Zuppingerrad. Het gietijzeren gangwerk en maalstoel werd gevonden in een industriële molen in België. De maalstoel met twee koppels wordt aangedreven via aswiel, bonkelaar, spoorwiel en twee steenwielen. Een van de koppels heeft een gatenscherpsel, de andere is geschikt voor het malen van tarwe. De molen was nog niet af, in 1981 werd een vervolg gegeven aan de inrichting, gebaseerd op het malen van biologische tarwe en het bewerken van graanproducten voor natuurvoedingswinkels. Gemalen wordt er niet meer ondanks herstel in 2009 en 2017, door gebrek aan molenaars staat de molen nu stil.

De naam Bovenste molen draagt de molen sinds de 13de eeuw en dankt de molen aan zijn positie aan de Geul ten opzichte van andere molens. Vroeger werd de molen ook wel Wolfsmolen genoemd.

Kenmerken van de molen:

  • Watermolen met Zuppingerrad (middenslag)

  • Overige kenmerken: uit baksteen opgebouwd molenhuis; deels in vakwerk uitgevoerd

  • Wateraanvoer: molentak van de Geul

  • Sluiswerk: maalsluis, lossluis, tandheugel

  • Rad of Raderen: ijzer diameter 6,50 m

  • Gangwerk: ijzer, onderaandrijving

  • Overbrengingsverhouding: onbekend

  • Maalkoppel: 2 (17-der kunststeen)

  • Overige werktuigen: reinigers; mengketels; buil; tarwepletter; peller voor gierst en boekweit

Voor meer informatie bezoek onderstaande websites:
https://limburgserfgoednet.nl/
https://www.molendatabase.nl/molens/ten-bruggencate-nr-01134-b?paging=true
https://www.allemolens.nl/

De molen is in particulier eigendom en wordt niet voor bezoekers opengesteld.

Adres: Eperweg 21 6281 NA Mechelen
GPS: N: 50.78836, O: 5.91918